Hoge Raad geeft nadere uitleg over incassokosten

14 juli 2015 Terug naar overzicht

In zijn arrest van 10 juli 2015 heeft de Hoge Raad antwoorden gegeven op een aantal prejudiciële vragen met betrekking tot incassokosten.

Imputatieregeling
De Hoge Raad heeft geoordeeld op de eerste prejudiciële vraag dat buitengerechtelijke incassokosten vallen onder de in art. 6:44 lid 1 BW bedoelde kosten. Dit betekent dat betaling van een op een bepaalde verbintenis toe te rekenen geldsom eerst in mindering strekt van de kosten, dan de verschenen rente en daarna de hoofdsom en de lopende rente. Een belangrijke uitspraak voor het boeken van betalingen.

Matigen
Daarnaast gaf de Hoge Raad antwoord op prejudiciële vragen met betrekking tot de hoogte van incassokosten bij B2B-procedures. Hierbij wordt vaak een vast percentage conform de algemene voorwaarden van schuldeisers gehanteerd. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat de rechter ook bij B2B bedragen die geacht kunnen worden te zijn bedongen ter vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, ambtshalve kan matigen. Dit echter niet tot onder het bedrag van de buitengerechtelijke kosten die, gelet op de tarieven volgens welke zodanige kosten aan de opdrachtgevers gewoonlijk in rekening worden gebracht, jegens de wederpartij redelijk zijn.

Ook bij bedongen incassokosten
Deze uitspraak stelt de rechter in staat bedongen buitengerechtelijke (incasso)kosten ambtshalve te (blijven) matigen tot het bedrag conform de Wet Incassokosten. Dat er contractueel andere afspraken zijn gemaakt en beide partijen niet onder de Wet Incassokosten (alleen dwingend voor consumenten), maakt nuet uit. De rechter dient de toepassing van de matigingsbevoegdheid wel te motiveren. Aan de motivering worden geen strenge eisen gesteld.

Besluit Incassokosten
Indien de schuldenaar geen consument is, is art. 2 BIK (besluit op basis van de Wet Incassokosten) van aanvullend recht. Het staat de rechter echter vrij aldus de Hoge Raad, met inachtneming van de hiervoor genoemde motiveringseis, bij een in een B2B-relatie bedongen incassobedrag ambtshalve te matigen tot het bedrag dat overeenkomstig art. 2 BIK wordt begroot, indien niet wordt gesteld en bij betwisting aannemelijk wordt gemaakt dat de werkelijke kosten hoger zijn dan dat bedrag.

Omstandigheden
Een incassopercentage dat gebruikelijk is in de branche waarin beide partijen opereren of dat door de schuldenaar zelf in de verhouding tot zijn schuldenaren wordt gehanteerd, is een van de in aanmerking te nemen omstandigheden waarmee een rechter rekening kan houden, maar is geen uitgangspunt. Dit geldt ook voor het feit of de schuldeiser met betrekking tot de incasso van zijn vordering op zijn beurt met zijn rechtsbijstandverlener afspreekt dat hij het tussen de schuldeiser en de schuldenaar bedongen vaste of degressieve incassopercentage van de hoofdsom aan zijn rechtsbijstandverlener is verschuldigd.

Conclusie
De conclusie is dus dat rechters ook bij B2B mogen matigen tot het WIK-tarief, ondanks andersluidende contractuele afspraken. Het matigingsrecht geeft rechters deze vrijheid. Het WIK-tarief zal wel als ondergrens dienen en contractuele afspraken en gebruikelijke tarieven kunnen zeker worden meegewogen, maar gelden dus niet als vaststaand uitgangspunt.